Berichten

het gouden geheim van mijn carrière switch

Het gouden geheim van mijn carrière switch

Zo die komt binnen schreef iemand in 2016 over dit blog van mijn carrière switch. Ga jij nog de goede kant op met je werk? Lees deze hernieuwde publicatie.

Graven met kleinzoon

“Oma, wil je met mij graven?” En zo gebeurde het dus, dat ik op onze familiedag, omringd door mijn kleinzoons en neefjes, op mijn knieën in de zandbak belandde. Niet echt mijn hobby, maar als je kleinzoon het vraagt kán je niet weigeren! Een blog uit 2016 dat ondanks alles, nog steeds waarheid is.

Piratenschat

Mijn vieze handen en knieën negerend groeven we met z’n allen naar een piratenschat.  
Een klein neefje schepte ook nog eens mijn schoenen vol zand. Maar wij vonden toch de piratenschat: prachtig gekleurde steentjes en grillig gevormde stokjes.
Een lang geleden achteloos weggegooid snoeppapiertje werd in de kinderfantasie een gouden piratenschat.

Graven en een carrière switch

Al gravend ontstaat dit blog dat past in de aanloop naar de week van de loopbaan .
Graven is zo verkeerd nog niet en uiteindelijk vond ik het nog leuk ook!

Ga jij nog de goede kant op of is het tijd voor een carrière switch?

Het stoppen bij de zorginstelling waar ik tot 2016 werkte, is het begin van mijn carrièreswitch. Wat ik in het verleden verstandelijk afwoog en vervolgens afwees, wordt nu wél werkelijkheid! Ik heb namelijk concrete plannen om een eigen bedrijf te beginnen.

Een bedrijf waar ik mensen persoonlijke adviezen geef over hun uitstraling die het beste bij hun unieke kwaliteiten en authenticiteit past. Ik kijk onder andere naar het innerlijk leer mensen keuzes maken zodat het innerlijk met het uiterlijk harmonieert. Waardoor zij meer nog zelfvertrouwen en een mooie uitstraling krijgen.
Denk jij wel eens na of je de goede kant nog opgaat? Of is het ook voor jou tijd voor een carrière switch? 

Nadenken over je carrière

Ik wilde zélf nadenken over het werk dat ik écht wilde doen. Nu bekend is dat ik niet, zoals eerst voor de hand lag, in de zorg of als leidinggevende ga werken, krijg ik veel reacties met een heimelijk verlangen.

Het verlangen om toch een stap te zetten naar werk waar je van droomt! 
De week van de loopbaan (van 19 tot en met 25 september 2016) vind ik een mooie aanleiding om mijn opgedane inzichten in de vorm van tips met je te delen.

7 tips voor een carrièreswitch

1. Sta stil en wordt stil

Stap uit de waan van de dag en luister écht naar jezelf, stem aandachtig af op je hart. Maak je – soms zo – dikke buitenkant open om er achter te komen wat je écht wil.Maar stil zijn, je emoties toelaten en erkennen, is écht het begin van persoonlijke groei en bloei!

2. Heb vertrouwen in jezelf

Zelfvertrouwen is de manier waarop je de omstandigheden in het leven tegemoet treedt. Zonder terughoudendheid of twijfel ga je positieve of negatieve omstandigheden tegemoet. Dat geeft energie!

Weet ook, dat iedereen wel eens worstelt met zelftwijfel, ik ook. Dat is normaal, dat is gezond. Hoe ontspannener je bent, hoe meer zelfvertrouwen je hebt.

3. Ga graven

Schrijf op waar je blij van wordt, waar kom jij je bed voor uit, wat is de bedoeling van je leven? Schrijf je talenten op: waar ben je goed in? Maar ook: wat vind je lastig? Wat denk je, kan je nu al zeggen dat je jouw droom weet? Misschien is dat nog wat te vroeg maar houd je doel voor ogen!

4. Bedenk

Niet alles moet helemaal anders en niet alles hoeft tegelijk. Begin met kleine dingen die je kunt volhouden en neem kleine stapjes. Lopen konden we ook niet in een keer, dat ging letterlijk met vallen en opstaan.

5. Vraag je af

Wat of wie heb ik nodig om mijn doel, mijn droom te realiseren? Wie inspireert mij en wie vertrouw ik? Bedenk dat iedereen (net zoals ik) en helpende hand en een luisterend oor nodig heeft. Wees er van overtuigd dat God je de weg wijst en op het juiste moment de juiste mensen op je pad brengt.

Wanneer je echt uit wilt vinden waar je goed in bent en wat bij je past volg je het KleurTalentprogramma. Hier ga jij je net als ik in herkennen. Je ziet welke dingen je moeiteloos afgaan en welke stappen je kunt zetten om je doel te bereiken. Een prachtig tienstappenplan hielp mij en helpt jou ook om concreet te worden. En concreet zijn zorgt voor helderheid en visie.

6. Luister naar je gevoel

Je gevoel is vooral de kern van wie je bent en ook van wat je wilt. En dus te belangrijk om te negeren. Voelt het goed? Je gevoel bedriegt je nooit!

7. Tijd voor actie voor een carrièreswitch

Welke stappen ga je zetten om je doel te behalen? Schrijf deze op en besef dat dit hard werken is. Maar weet ook: hard werken – geestelijk, emotioneel en fysiek – wordt beloond. Ons werk is ondanks alles nooit voor niets.

Doorpraten over jouw carrière?

Wil je hier over doorpraten of iets met mij delen? Wil je een advies over je professionele uitstraling? Neem contact met mij op! Tel: 0614354580

Je kunt beter spijt hebben van de dingen die je hebt gedaaan

Dan spijt van dingen die je niet hebt gedaan

Praktijktips voor een carrièreswitch

In de media met mijn carrièreswitch als switchende senior. Een inspirerend artikel over mijn carrièreswitch  en hoe ik dit aanpakte en wat het mij opleverde.

Download hier een goed leesbare versie.

Mijn E-Book geknakt en herrezen staat op de homepage van www.kleurtalent.nl onder mijn foto. FREE DOWNLOAD!

KleurTalent GELOVEN WE NOG?

“Larinda | Bekend van | Weekblad Margriet”

 “Margriet zoekt 2 zussen die iets willen vertellen over “Geloven anno 2017″. Wil jij daar iets over vertellen?” De redactie van het weekblad Margriet vond mijn verhaal zo indrukwekkend, dat mijn zus (helaas) niet meer geïnterviewd hoefde te worden. Mijn interview lees je als eerste, daarna het volledige artikel uit Margriet 15 – 2017.

GELOVEN WE NOG?

LARINDA (57): ‘Ik geloof dat God mijn man uiteindelijk heeft genezen’

Larinda Bok (57) haalt veel kracht uit haar geloof. Ze werd als kind streng gereformeerd opgevoed, maar toen ze met Dirk (59) trouwde, besloot ze van kerk te veranderen. Larinda en Dirk hebben drie kinderen (35,33 en 30).

Larinda: “De overtuiging dat God mijn leven leidt, is mijn houvast. Bijvoorbeeld toen ik eind 2015 op het randje van een burn-out belandde, nadat ik door een conflict met mijn werkgever na jaren afscheid moest nemen van mijn baan in de zorg. God was mijn drijfveer om de schouders eronder te zetten. Dankzij hem ben ik uit het dal geklommen en uiteindelijk voor mezelf begonnen als imagostylist. Dat was al jaren mijn droom. Ik vroeg aan God: ‘Ik heb een ideaal, is dit wat u met mijn leven wil?’ Op verschillende manieren bevestigde hij dat. Ik las bijvoorbeeld in een mail van een christelijk ondernemersnetwerk dat God mijn leven in zijn hand heeft en dat hij daarmee het resultaat van mijn inspanningen leidt. Ook toen mijn man Dirk jaren geleden ernstig ziek werd, gaf mijn geloof mij kracht. Ik bad veel en vroeg om de zegen van God. Ik geloof dat hij mijn man uiteindelijk heeft genezen. Dirk en ik hebben elkaar ontmoet op mijn zeventiende, tijdens een vakantie. Hij was hervormd. De drempel om hem aan mijn ouders voor te stellen was hoog. Voor hen was de streng gereformeerde kerk de enige kerk; wat daar verkondigd werd, was de waarheid. ‘Ons huis staat altijd voor Dirk open,’ zeiden mijn ouders, ‘maar als jullie je verloven, moet hij lid worden van onze kerk.’ Dirk is minder zwaar gelovig opgevoed. Hij vond het gelukkig geen probleem om lid te worden van mijn kerk, toen we op mijn 21ste trouwden. Vier jaar later kozen we er echter samen voor om ons aan te sluiten bij de hervormde kerk. Ik was daar regelmatig met Dirk geweest en er was een wereld voor me opengegaan. Het ging er een stuk gemoedelijker aan toe. Ik hoefde geen rok aan of een hoed op, ik mocht zijn wie ik was. God was er voor iedereen, zonder voorwaarden. Mijn ouders stonden niet achter mijn keuze. Ze zijn daarin ook nooit ruimdenkender geworden, dat vind ik jammer. Mijn drie zussen bleven ook heel lang streng gereformeerd. Daardoor voelde ik me altijd een buitenbeentje in onze familie. Twee van hen hebben zich een paar jaar geleden ook aangesloten bij de hervormde kerk. Waar we voorheen bijna nooit over het geloof praatten, doen we dat nu wel. Bijvoorbeeld hoe God ons in moeilijke tijden bemoedigt. Ze zijn wat ruimdenkender geworden en dat heeft ons dichter bij elkaar gebracht.”

 

GELOVEN WE NOG?

Geloven in Nederland anno 2017: we spreken met Janneke Stegeman, Theoloog des Vaderlands, over de opvallendste uitkomsten van de Margrietgeloofsenquête.

55% ‘GELOOF BIEDT MIJ TROOST‘

48% ‘VERTROUWEN‘

32% ‘EN ZINGEVING‘

62% ‘ER IS LEVEN NA DE DOOD, DAT WEET IK ZEKER’

71% ‘IK GELOOF OMDAT IK ZO BEN OPGEVOED’

Janneke Stegeman (36) werkt als theoloog bij De Nieuwe Liefde in Amsterdam, een centrum voor debat, bezinning en poëzie. In 2016 werd ze uitgeroepen tot Theoloog des Vaderlands. jannekestegeman.com

36% ‘Ik ben enigszins gelovig’

Dit antwoordt 36% van de Nederlandse vrouwen op de vraag: beschouw je jezelf als gelovig? Dit is een stijging met een kleine tien procent ten opzichte van eenzelfde onderzoek naar geloof onder Nederlandse vrouwen uit 2012.

44% Nee, beslist niet

36% Enigszins

20% Ja, beslist

Dit zegt ongeveer een kwart van de Nederlandse vrouwen. Nog eens een kwart gelooft in ‘iets’. Iets minder dan de helft van de Nederlandse vrouwen noemt zich niet gelovig.

24% ‘Ik geloof in god’

24% Ik geloof in God

27% Er moet iets zijn als een hogere macht

19% Ik weet niet of er een God of hogere macht bestaat

30% Er bestaat geen God

Meer mensen noemen zich ‘enigszins’ gelovig.

Vanwaar dat voorbehoud?

Janneke Stegeman: “Als er aan mensen wordt gevraagd of ze in God geloven, hebben ze vaak de neiging te zeggen:

‘Ik geloof een beetje.’ Dat komt doordat er nog steeds een statisch beeld heerst van wat geloven is. Veel mensen denken dat gelovigen rechtlijnig zijn, en dat er allerlei voorwaarden aan zitten, dat je elke zondag naar de kerk moet gaan. Dat ‘enigszins’ duidt er waarschijnlijk op dat mensen zich niet thuis voelen in dat statische beeld, maar wél iets met het geloof hebben. Ik verwacht dat dit de komende jaren nog zal toenemen. De jonge generatie is over het algemeen nieuwsgieriger naar het geloof dan bijvoorbeeld de babyboomers. Jongeren van nu hebben vaak geen strikte religieuze tradities meegekregen, maar ze staan wel open voor het geloof. Dat heeft ook te maken met moderne religieuze boegbeelden. De nieuwe paus is heel toegankelijk. Hij neemt stelling in prangende kwesties en fungeert als moreel kompas. De katholieke kerk heeft een menselijk gezicht gekregen, en dat spreekt aan.”

62% ‘Er is leven na de dood, dat weet ik zeker’ – Zes van de tien Nederlandse vrouwen geloven in leven na de dood. Vrouwen onder de vijftig geloven vaker in leven na de dood (68%) dan vijftigplussers (57%).

55% ‘het geloof biedt mij troost’ – Ongeveer de helft van de ondervraagde vrouwen tussen de 25 en 75 die geloven, geeft aan dat het geloof ze troost (55%) en vertrouwen (48%) biedt.

30% ‘Ik ben lid van de kerk’ – Vrouwen van boven de vijftig zijn relatief vaker lid van de rooms-katholieke kerk (55%) dan vrouwen onder de vijftig (31%). Vrouwen onder de vijftig beschouwen zichzelf vaker als gereformeerd (23%) en behorend tot de Islam (7%).

44% Rooms-katholieke kerk

21% Protestantse kerk in NL

7% Nederlands hervormd

13% Gereformeerd

3% Islam

1% Boeddhisme

11% Anders

Vrouwen van boven de vijftig zeggen vaker dat ze in een hogere macht geloven dan vrouwen onder de vijftig. Zijn vrouwen van boven de vijftig religieuzer?

Janneke Stegeman: “De oudere generatie vrouwen spreekt de traditionelere geloofstaal nog steeds, ze zeggen eerder ‘Ik geloof in God’ en hebben daar dan een duidelijk beeld bij. Voor jongere generaties zijn de begrippen ‘geloven’ en ‘God’ flexibeler: zie je God als de Almachtige, als energie of liefde? Is het een god die alle touwtjes in handen heeft of je alleen bijstaat in het maken van je eigen keuzes? Daarnaast is er een heel simpele verklaring, denk ik: vrouwen van boven de vijftig hebben meer ruimte in hun leven om over het geloof na te denken. De eerste vijftig jaar van je leven ben je druk met bijvoorbeeld je carrière en je gezin. De ‘Grote vragen’ komen vaak pas later aan bod. Dergelijke vragen worden vaak sowieso belangrijker naarmate je ouder wordt; dat heeft te maken met het besef van eindigheid.”

Wat zoekt de Nederlandse vrouw in het geloof? Biedt het vooral troost?

“Het leven is niet alleen maar mooi, iedereen loopt littekens op. Maar de maatschappij vraagt je in toenemende mate sterk te zijn. De plekken waar je je harnas kunt laten zakken worden schaarser. Mensen zullen altijd een ventiel nodig hebben om uiting te geven aan hun twijfels en verdriet, en daarin kan het geloof voorzien. De kerk als gemeenschap biedt troost, maar ook het idee dat er een God is die iets heeft te zeggen over de wereld, die iets kan doen aan de onmacht die je ervaart. God is een kracht waartegen je kunt praten zonder te worden veroordeeld. Een andere belangrijke factor om te geloven, die vaak over het hoofd wordt gezien, is verzet. De kracht van deze paus is bijvoorbeeld dat hij zegt dat grote bedrijven te veel macht hebben en dat hij oproept om daar iets tegen te doen. Mensen delen zijn bezorgdheid over de wereld en willen in actie komen, maar weten vaak niet hoe. Het geloof kan daarin een leidraad bieden.”

Religies hebben een slechte reputatie.

Janneke Stegeman: “Als ik aan iemand vertel dat ik theoloog ben, zegt zeker één op de drie mensen als een van de eerste dingen: ‘Zonder religie zou er geen oorlog zijn.’ Dat idee is zeker niet nieuw. Er is altijd een koppeling geweest tussen religie en geweld, maar dat is onterecht. Er is nog nooit louter uit religieus oogpunt een oorlog gevoerd. Maar als er al een conflict is, gaan religieuze verschillen een rol spelen. De geschiedenis wijst uit dat religie voor machthebbers een effectief middel is om draagvlak te creëren om conflicten uit te vechten. Die gaan over schaarste, territorium, economische belangen. Dat terroristische aanslagen door gewelddadige aanhangers van de Islam mensen angst aanjagen, is logisch. Ik maak me wel zorgen dat angst voor de islam wordt opgeklopt en politiek ingezet om andere belangen mee te dienen. Dat daarmee bevolkingsgroepen verdacht worden gemaakt en buitenspel worden gezet is een kwalijke zaak. Daarvoor moeten we in onze samenleving heel erg op onze hoede zijn.”

Een op de vijf vrouwen bidt weleens.

“Bidden is een uitlaatklep voor dingen waarover je geen controle hebt. Bidden is een vorm van intense aandacht hebben voor iets, je zieke buurvrouw bijvoorbeeld. Bidden wordt vaak gezien als een verzoek aan God om iets te doen, terwijl het voor veel mensen veel meer de functie heeft om ruimte en tijd te maken voor iets wat je aan het hart gaat. Je hebt voor bidden niets nodig, je kunt het altijd en overal doen.”

Is mediteren het nieuwe bidden?

“Je kunt zeggen dat mindfulness, waarin mediteren een belangrijke plaats inneemt, voor een deel de religie vervangt en in de toekomst steeds meer zal gaan vervangen. Mindfulness is heel vrijblijvend: je doet tien lessen en dan ben je er ook weer los van. De traditionele vormen van geloof vragen om een blijvende verbinding; je sluit je aan bij een gemeenschap. Vroeger functioneerde dat goed, omdat mensen sowieso meer in gemeenschappen leefden. Alles was veel meer met elkaar verweven en stabieler; je koos ook een beroep voor de rest van je leven. Maar deze tijd vraagt om flexibiliteit. Je kiest iets, en daarna doe je weer iets anders. Dat maakt dat we tegenwoordig meer duidelijkheid willen. Mindfulness voorziet in een heldere belofte: ‘Na tien lessen ervaar je minder stress.’ De kerk heeft geen duidelijk ‘promopraatje’; wat je lidmaatschap oplevert is lang niet zo concreet.”

44% Ervaart Geloof als bedreigend – 44% van de Nederlandse vrouwen beschouwt het geloof (in algemene zin) als een bedreiging voor de veiligheid. Bijna driekwart van de Nederlandse vrouwen tussen de 25 en 75 jaar vindt dat met name de islam nu meer een bedreiging vormt voor de veiligheid dan vijf jaar geleden (72%).

21% ‘ik bid’ – 21% van de vrouwen bidt weleens om uiting te geven aan religieuze gevoelens, 40% van alle gelovige vrouwen bidt. Een op de drie vrouwen die bidden doet dat om bepaalde situaties in haar leven te beïnvloeden.

‘Ik mediteer’

7% van de ondervraagde vrouwen mediteert, van hen mediteert de grootste groep (34%) een keer per week. De meeste vrouwen mediteren om tot rust te komen (71%), om geestelijk in balans te blijven (63%) of om stress los te laten (51%).

71% Om tot rust te komen

63% Om geestelijk in balans te blijven

51% Om stress los te laten

34% Om overzicht te krijgen in mijn leven

22% Om dichter bij mijn ware aard te komen

20% Om de zin van het leven te ontdekken

20% Om mezelf beter te leren kennen

12% Om een spirituele belevenis te krijgen

8% Om een andere reden

91% vrijheid, blijheid – De overgrote meerderheid van de Nederlandse vrouwen tussen de 25 en 75 (91%) vindt het belangrijk dat kinderen zelf hun geloof kunnen kiezen. Ook is een grote meerderheid van de Nederlandse vrouwen tussen de 25 en 75 het ermee eens dat iedereen vrij is om zijn geloof te uiten (88%).

‘Ik ben het afgelopen jaar méér met het geloof bezig geweest’

Op de vraag of er het afgelopen jaar iets is veranderd aan de mate waarin men bezig is met religie en/of spiritualiteit, antwoordt een ruime meerderheid van de Nederlandse vrouwen ontkennend (83%). Wél is de groep vrouwen die in het laatste jaar méér bezig was met het geloof groter (11%) dan de groep die er minder mee bezig was (6%).

Is er dan nog toekomst voor de kerk?

Janneke Stegeman: “Je moet niet uit het oog verliezen dat Europa het enige continent is waar steeds minder mensen geloven, de rest van de wereld wordt steeds religieuzer. Religieuze beleving zal in Nederland hoe dan ook blijven bestaan, maar waarschijnlijk op minder traditionele manieren. Met de yogamat onder de arm naar de bikramstudio kun je óók zien als een uiting van religiositeit.”

En dan de hamvraag: is de Nederlandse vrouw anno nu eerder méér dan minder bezig met het geloof?

“Dat is een lastige vraag. Het onderscheid tussen geloven en niet geloven is niet zo simpel. Want waar staat dat geloven precies voor? Dat begrip wordt steeds diffuser. Uit dit onderzoek blijkt dat een vrouw kan geloven in een hiernamaals, maar toch zegt dat ze niet in God gelooft. ‘Gelovig zijn’ kan bestaan uit vertrouwen en liefde, maar dat kan ook gelden voor iemand die zich als niet-religieus afficheert. Eigenlijk vraagt deze tijd om een herdefinitie van wat we onder geloven verstaan.

We scharen een hindoe of een moslim onder de categorie ‘religie’, maar degene die elke zondag naar het stadion gaat, niet. Maar als je het hebt over spirituele beleving of zingeving, dan lijken de moslim en de voetbalsupporter misschien hartstikke veel op elkaar. Uiteindelijk is het interessanter om te praten over de algemene behoeftes – troost, vertrouwen, zingeving – waarin het geloven voorziet. Dan ben je ver weg van een bepaald godsbeeld, maar ik denk wel degelijk dat dit de toekomst is.”

FIONA (44): ‘Op momenten dat ik er doorheen zit, geven de tien geboden mij steun’

Fiona Dadema (44) is hervormd en getrouwd met Arthur (46). Ze hebben zes kinderen (24,20,19,9, 9 en 6). De drie jongsten zijn gelovig. De oudste drie, onder wie Esther (20), geloven niet meer.

 

Fiona Margriet KleurTalent

Fiona (rechts) met haar dochter Esther.

Fiona: “Esther was een jaar of dertien toen ze vertelde dat ze twijfels had over haar geloof. Ja, toen moest ik wel even slikken. Ik ben ervan overtuigd dat je als gelovige na je overlijden naar God gaat en dat je in het hiernamaals voortleeft zonder pijn en ellende. Voor Esther is dat dus niet weggelegd; evenmin voor Sarah (24) en Ruben (19), die ook niet meer geloven. Dat doet me verdriet.”

Esther: “Op de christelijke basisschool las ik elke ochtend uit de Bijbel. Thuis deden we dat ook en ik bad ’s avonds voor het slapen. Maar toen ik ouder werd, deed ik dat minder op vaste momenten en ging ik me afvragen: waarom bid ik eigenlijk? Ik realiseerde me dat ik dat vooral deed als ik niet lekker in mijn vel zat, met de hoop op bescherming. Bijvoorbeeld als ik ruzie met iemand had. Soms kwam het goed, soms niet. Maar kwam dat doordat ik het aan God had gevraagd? Daar kreeg ik steeds meer twijfels bij.”

Fiona: “Ik voel me juist enorm gesteund door mijn geloof. Mijn man heeft adhd en een dwangstoornis, bovendien is bij hem onlangs autisme vastgesteld. Dat heeft zijn weerslag op onze relatie. Op momenten dat ik er doorheen zit, geven de tien geboden mij steun.

Bijvoorbeeld dat ik geen kwaad mag spreken en mijn naasten moet liefhebben als mijzelf. Dat besef geeft me kracht: mijn man heeft mij nodig, ik moet sterk zijn.”

Esther: “Het is voor mijn moeder best zwaar. Ze doet haar best om er voor mijn vader te zijn en ik vind het mooi dat ze kracht kan halen uit haar geloof. Voor mij vormen mijn vriend en familie een steun als het tegenzit. Daar heb ik geen religie voor nodig. Mijn vader is ook niet-gelovig, maar we bidden aan tafel wel mee. Uit respect voor mijn moeder en jongere broer en zusjes, die wel geloven.”

Fiona: “Mijn jongste zei laatst: ‘Ik heb twee vaders: papa en de Here God.’ Hij gaat volledig op in zijn geloof en heeft het gevoel dat hij wordt beschermd. Dat is zo waardevol. Ik vind het jammer dat mijn drie oudsten het niet zo ervaren. Gedeeltelijk wijt ik dat aan mezelf. Als moeder zie ik het als mijn plicht om met hen over het geloof te praten. Daarin heb ik gefaald toen ze jong waren. Ik nam ze mee naar de kerk en we lazen thuis in de Bijbel, maar ik stelde hen weinig persoonlijke vragen: hoe kijk je naar het geloof, hoe leeft het bij jou? Bij mijn drie jongsten zal ik daar straks voor waken. Aan de andere kant weet ik ook dat je geloof niet kunt afdwingen. Dat maakt het dubbel. Ook al word je kerkelijk opgevoed, dan nog moet er een moment komen waarop het geloof voor je gaat leven. Ik blijf de hoop houden dat mijn oudsten dat nog gaan meemaken.”

 

FADMA (51): ‘Het doet me pijn dat mijn religie gebruikt wordt voor wandaden, zoals terreur’

Fadma Bouchataoui (51) is single. Ze kwam op haar zestiende naar Nederland en trouwde met een Marokkaanse man. Ze kregen drie kinderen (33,30 en 22). Helaas hield het huwelijk geen stand en scheidden ze toen Fadma 34 was. In die periode had ze veel steun aan haar geloof.

Fatma KleurTalentFadma: “Als jonge, getrouwde vrouw startte ik rond mijn twintigste met een studie Maatschappelijk werk. Ik woonde een paar jaar in Nederland en wilde graag deel uitmaken van de samenleving. Mijn schoonfamilie was het daar niet mee eens. Zij hielden vast aan de traditionele gedachte dat je als Islamitische vrouw ondergeschikt bent aan je man en voor de kinderen moet zorgen. Mijn man begreep mijn standpunt, maar de mening van zijn familie telde ook zwaar. Dat leidde tot spanningen. Bovendien werd de kloof tussen ons steeds groter; ik ontwikkelde mijzelf steeds meer, hij bleef stilstaan. Uiteindelijk heb ik gekozen voor een scheiding. Een heel moeilijke beslissing, maar ik voelde me gesterkt door mijn geloof. In de Koran las ik dat een echtscheiding is geoorloofd als dat je helpt om beter in het leven te staan. Het heeft geen zin om in een huwelijk te blijven zitten als je daarmee jezelf en anderen pijn doet. Die gedachte gaf me troost. Ik voelde me vanuit mijn religie gesterkt om de verantwoordelijkheid te nemen voor mijn eigen leven. Nog steeds haal ik elke dag kracht en inspiratie uit mijn geloof. Voor wie ik wil zijn en wat ik wil bijdragen in het leven van anderen. Ik bid meestal vijf keer per dag. Vroeger was dat een gewoonte, iets wat ik vaak snel tussendoor deed. Sinds ik een paar jaar geleden ben gestart met mindfulness, begrijp ik wat mijn religie met het gebed bedoelt. Net als bij mindfulness is het een moment van bezinning. Ik kom tot rust en vraag me af wie ik ben en waar ik in het leven sta. Of ik weleens twijfel aan mijn geloof? Nooit. Ook niet nu er zo veel ellende in de wereld is. Het doet me pijn dat mijn religie wordt gebruikt voor wandaden, zoals terreur. Ik kan dat niet rijmen. Volgens het Islamitisch gedachtegoed hoort een mens vanuit compassie te leven, zonder geweld. Dat is een les die ik ook aan wijkbewoners van Rotterdam meegeef in de communicatietrainingen die ik geef. In de Koran staat niet voor niets: ‘Als je één mens helpt, is het alsof je de hele mensheid hebt gered.’ Een heel mooie, krachtige boodschap.”

 

JANKE (45): ‘Met het idee van aanbidding heb ik niks’

Janke de Groot (45) en Tim Schilling (51) zijn 23 jaar getrouwd. Tim is katholiek en werkt in een klooster, Janke is onderzoeker in de gezondheidszorg en niet-gelovig. Ze hebben twee kinderen (13 en 17).

 

Tim Janka KleurTalentTim: “Janke en ik ontmoetten elkaar in Leuven. Ik studeerde daar Theologie, zij Politieke en Sociale wetenschappen. We kenden elkaar net toen ik besloot dat het priesterschap toch niet aan mij besteed was. Ik stopte met mijn studie en ging terug naar mijn geboorteland Amerika. Janke en ik hielden contact; we schreven brieven en ze kwam mij opzoeken.”

Janke: “Dat Tim gelovig was, vond ik interessant. Ik ben zelf nietgelovig opgevoed, maar wel nieuwsgierig naar andere culturen en religies. We konden goed praten over het leven, onze gesprekken waren niet oppervlakkig. Na een latrelatie van twee jaar kwam Tim terug naar Leuven voor een master. Onze relatie werd serieus. Mijn ouders, beide niet-gelovig, waren sceptisch. ‘Of het werkt niet, of je bent over vijftien jaar katholiek,’ zei mijn moeder. Op beide punten kreeg ze ongelijk.”

Tim: “Mijn geloof heeft nooit tussen ons in gestaan. We denken vanuit dezelfde normen en waarden. Ze zijn ons alleen anders ingegeven: bij mij vanuit mijn religie, bij Janke meer vanuit sociale betrokkenheid.”

Janke: “Ik ervaar Tims geloof niet als iets negatiefs. Hij bidt dagelijks en gaat een aantal keer per week naar de kerk. Ik ga nooit mee, want met het idee van aanbidding heb ik niets. Ik vind de Bijbelse verhalen en de symboliek die daarbij hoort mooi. Maar ik geloof niet dat het echt is gebeurd en dat God bestaat. Voor Tim is zijn relatie met God heel belangrijk. In het begin had ik dat niet goed door. Pas toen hij een baan kreeg in een katholiek centrum en teksten ging schrijven over ‘de Heer’ en ‘God zegent ons’, besefte ik hoe diep het geloof bij hem zit. Dat vond ik best confronterend. Uiteindelijk heb ik dat stukje erkend door er samen veel over te praten. We hebben onze diversiteit omarmd. Bovendien zijn er veel meer dingen die ons wél binden, zoals de zoektocht naar zinvol leven, onze kinderen en de liefde voor lezen en wandelen.”

Tim: “Ergens heb ik wel de hoop gehad dat Janke ook gelovig zou worden. De betrokkenheid die ik met God voel, zou ik graag delen. Maar ik wil haar niets opdringen. Ik ben pas rond mijn twintigste bekeerd, daarvoor was ik atheïst. Ik kan me daarom goed voorstellen dat Janke anders naar het geloof kijkt. Ze is wel heel open-minded over mijn geloof en daar ben ik haar dankbaar voor. Zo zijn we voor de kerk getrouwd en zijn onze kinderen gedoopt; dat was belangrijk voor mij. Nu gaan de kinderen niet meer mee naar de kerk – die keuze laten we aan hen, maar de basis hebben ze wel meegekregen.” Janke: “Als je als kind iets kunt meekrijgen van christelijke waarden, zoals solidariteit, is dat alleen maar goed. Bovendien leer ik van Tim. Hij slaat weleens een kerkbezoek over, als het echt niet uitkomt. Dan ben je toch geen echte katholiek? dacht ik vroeger. In de loop der jaren heb ik geleerd dat het geloof niet zo dogmatisch is. Persoonlijke vrijheid en verantwoordelijkheid spelen een belangrijke rol. Dé katholiek bestaat niet, net zo min als dé niet-gelovige of dé moslim.”

 

LARINDA (57): ‘Ik geloof dat God mijn man uiteindelijk heeft genezen’

Larinda Bok (57) haalt veel kracht uit haar geloof. Ze werd als kind streng gereformeerd opgevoed, maar toen ze met Dirk (59) trouwde, besloot ze van kerk te veranderen. Larinda en Dirk hebben drie kinderen (35,33 en 30).

Larinda Margriet KleurTalentLarinda: “De overtuiging dat God mijn leven leidt, is mijn houvast. Bijvoorbeeld toen ik eind 2015 op het randje van een burn-out belandde, nadat ik door een conflict met mijn werkgever na jaren afscheid moest nemen van mijn baan in de zorg. God was mijn drijfveer om de schouders eronder te zetten. Dankzij hem ben ik uit het dal geklommen en uiteindelijk voor mezelf begonnen als imagostylist. Dat was al jaren mijn droom. Ik vroeg aan God: ‘Ik heb een ideaal, is dit wat u met mijn leven wil?’ Op verschillende manieren bevestigde hij dat. Ik las bijvoorbeeld in een mail van een christelijk ondernemersnetwerk dat God mijn leven in zijn hand heeft en dat hij daarmee het resultaat van mijn inspanningen leidt. Ook toen mijn man Dirk jaren geleden ernstig ziek werd, gaf mijn geloof mij kracht. Ik bad veel en vroeg om de zegen van God. Ik geloof dat hij mijn man uiteindelijk heeft genezen. Dirk en ik hebben elkaar ontmoet op mijn zeventiende, tijdens een vakantie. Hij was hervormd. De drempel om hem aan mijn ouders voor te stellen was hoog. Voor hen was de streng gereformeerde kerk de enige kerk; wat daar verkondigd werd, was de waarheid. ‘Ons huis staat altijd voor Dirk open,’ zeiden mijn ouders, ‘maar als jullie je verloven, moet hij lid worden van onze kerk.’ Dirk is minder zwaar gelovig opgevoed. Hij vond het gelukkig geen probleem om lid te worden van mijn kerk, toen we op mijn 21ste trouwden. Vier jaar later kozen we er echter samen voor om ons aan te sluiten bij de hervormde kerk. Ik was daar regelmatig met Dirk geweest en er was een wereld voor me opengegaan. Het ging er een stuk gemoedelijker aan toe. Ik hoefde geen rok aan of een hoed op, ik mocht zijn wie ik was. God was er voor iedereen, zonder voorwaarden. Mijn ouders stonden niet achter mijn keuze. Ze zijn daarin ook nooit ruimdenkender geworden, dat vind ik jammer. Mijn drie zussen bleven ook heel lang streng gereformeerd. Daardoor voelde ik me altijd een buitenbeentje in onze familie. Twee van hen hebben zich een paar jaar geleden ook aangesloten bij de hervormde kerk. Waar we voorheen bijna nooit over het geloof praatten, doen we dat nu wel. Bijvoorbeeld hoe God ons in moeilijke tijden bemoedigt. Ze zijn wat ruimdenkender geworden en dat heeft ons dichter bij elkaar gebracht.”

 

Bron: Margriet 15 | 2017, Tekst: Sander Hiskemuller, interviews: Tessan Heselhaus, Fotografie: Ester Gebuis.

Het onderzoek is uitgevoerd door onderzoeksbureau Motivaction onder ruim 500 respondenten, die een representatieve afspiegeling vormen van de Nederlandse populatie vrouwen in de leeftijd 25-75 jaar.