switchende senioren KleurTalent Unique Kleur & Stijl

Switchende senioren…”Gaat dit over jou & mij?”

Natuurlijk wil ik meewerken aan een artikel in een landelijk dagblad over mijn carrièreswitch op 56- jarige leeftijd. Echter de titel ‘Switchende senioren’ is confronterend.

Reden voor een blog!

39% van de Nederlanders is ouder dan 50 jaar.  Senioren zijn geboren tussen 1940-1955 (ik ben later geboren dus…geen senior ;-). Deze generatie wordt gekenmerkt door vitale idealisten die zinvol actief willen blijven.  Zij hebben de bloeiperiode van Nederland meegemaakt. Ze staan open voor nieuwe dingen zoals tablets, e-bikes etc. Zij gaan echter niet naar de 50+ beurs en willen ook niet worden aangesproken als 50+’er

Stijlvoorkeur

Deze 63+ generatie kleedt zich modern, speels en minder braaf. Zij maken graag gebruik van het advies van een Imageconsultant. Zij willen investeren in een kwalitatieve garderobe en hebben geld over voor een kleur- en stijladvies.

Deze belofte spreekt hen aan: “wordt jong terwijl je ouder wordt.”

Generatie X

De 47+ generatie (geboren tussen: 1955-1970) wordt generatie X genoemd. In deze periode ben ik geboren. Ik herken mij ook in veel waarden die deze generatie kenmerkt: harmonie en samen doen, net zoals verschillen overbruggen en betrokkenheid.  Reorganisaties en ontslag, terwijl zij zich altijd in dienst hebben gesteld van de werkgever, valt hen zwaar. (Heel herkenbaar voor mij). Bij werk-gezin-vrije tijd is er een doorlopende zoektocht naar de juiste balans.

Stijlvoorkeur

Deze generatie ontvangt geen pensioen meer op hun vijfenzestigste maar moet minimaal doorwerken tot zevenenzestig en drie maanden. Ik geef als Imageconsultant, regelmatig mijn generatiegenoten advies over passende kledingstijl en efficiënt combineren. Het samenstellen van een garderobe-capsule levert met weinig kleding veel verrassende combinaties op. Doordat ik, als verbinden, dezelfde taal spreek heb ik automatisch een klik met deze generatie.

Dé tip voor generatie X:

“Zet kleding in als verbinder”

Kennismaken met mij als verbinder en imageconsultant? Advies over jouw persoonlijke kledingstijl? Jouw mooiste kleuren kennen?

Neem contact op met imageconsultant Larinda Bok

larinda@kleurtalent.nl

Tel: 06 14 35 45 80

Ps. Het artikel “switchende senioren” wordt 28 april 2017 geplaatst. Op deze website komt het hele artikel.

KleurTalent GELOVEN WE NOG?

“Larinda | Bekend van | Weekblad Margriet”

 “Margriet zoekt 2 zussen die iets willen vertellen over “Geloven anno 2017″. Wil jij daar iets over vertellen?” De redactie van het weekblad Margriet vond mijn verhaal zo indrukwekkend, dat mijn zus (helaas) niet meer geïnterviewd hoefde te worden. Mijn interview lees je als eerste, daarna het volledige artikel uit Margriet 15 – 2017.

GELOVEN WE NOG?

LARINDA (57): ‘Ik geloof dat God mijn man uiteindelijk heeft genezen’

Larinda Bok (57) haalt veel kracht uit haar geloof. Ze werd als kind streng gereformeerd opgevoed, maar toen ze met Dirk (59) trouwde, besloot ze van kerk te veranderen. Larinda en Dirk hebben drie kinderen (35,33 en 30).

Larinda: “De overtuiging dat God mijn leven leidt, is mijn houvast. Bijvoorbeeld toen ik eind 2015 op het randje van een burn-out belandde, nadat ik door een conflict met mijn werkgever na jaren afscheid moest nemen van mijn baan in de zorg. God was mijn drijfveer om de schouders eronder te zetten. Dankzij hem ben ik uit het dal geklommen en uiteindelijk voor mezelf begonnen als imagostylist. Dat was al jaren mijn droom. Ik vroeg aan God: ‘Ik heb een ideaal, is dit wat u met mijn leven wil?’ Op verschillende manieren bevestigde hij dat. Ik las bijvoorbeeld in een mail van een christelijk ondernemersnetwerk dat God mijn leven in zijn hand heeft en dat hij daarmee het resultaat van mijn inspanningen leidt. Ook toen mijn man Dirk jaren geleden ernstig ziek werd, gaf mijn geloof mij kracht. Ik bad veel en vroeg om de zegen van God. Ik geloof dat hij mijn man uiteindelijk heeft genezen. Dirk en ik hebben elkaar ontmoet op mijn zeventiende, tijdens een vakantie. Hij was hervormd. De drempel om hem aan mijn ouders voor te stellen was hoog. Voor hen was de streng gereformeerde kerk de enige kerk; wat daar verkondigd werd, was de waarheid. ‘Ons huis staat altijd voor Dirk open,’ zeiden mijn ouders, ‘maar als jullie je verloven, moet hij lid worden van onze kerk.’ Dirk is minder zwaar gelovig opgevoed. Hij vond het gelukkig geen probleem om lid te worden van mijn kerk, toen we op mijn 21ste trouwden. Vier jaar later kozen we er echter samen voor om ons aan te sluiten bij de hervormde kerk. Ik was daar regelmatig met Dirk geweest en er was een wereld voor me opengegaan. Het ging er een stuk gemoedelijker aan toe. Ik hoefde geen rok aan of een hoed op, ik mocht zijn wie ik was. God was er voor iedereen, zonder voorwaarden. Mijn ouders stonden niet achter mijn keuze. Ze zijn daarin ook nooit ruimdenkender geworden, dat vind ik jammer. Mijn drie zussen bleven ook heel lang streng gereformeerd. Daardoor voelde ik me altijd een buitenbeentje in onze familie. Twee van hen hebben zich een paar jaar geleden ook aangesloten bij de hervormde kerk. Waar we voorheen bijna nooit over het geloof praatten, doen we dat nu wel. Bijvoorbeeld hoe God ons in moeilijke tijden bemoedigt. Ze zijn wat ruimdenkender geworden en dat heeft ons dichter bij elkaar gebracht.”

 

GELOVEN WE NOG?

Geloven in Nederland anno 2017: we spreken met Janneke Stegeman, Theoloog des Vaderlands, over de opvallendste uitkomsten van de Margrietgeloofsenquête.

55% ‘GELOOF BIEDT MIJ TROOST‘

48% ‘VERTROUWEN‘

32% ‘EN ZINGEVING‘

62% ‘ER IS LEVEN NA DE DOOD, DAT WEET IK ZEKER’

71% ‘IK GELOOF OMDAT IK ZO BEN OPGEVOED’

Janneke Stegeman (36) werkt als theoloog bij De Nieuwe Liefde in Amsterdam, een centrum voor debat, bezinning en poëzie. In 2016 werd ze uitgeroepen tot Theoloog des Vaderlands. jannekestegeman.com

36% ‘Ik ben enigszins gelovig’

Dit antwoordt 36% van de Nederlandse vrouwen op de vraag: beschouw je jezelf als gelovig? Dit is een stijging met een kleine tien procent ten opzichte van eenzelfde onderzoek naar geloof onder Nederlandse vrouwen uit 2012.

44% Nee, beslist niet

36% Enigszins

20% Ja, beslist

Dit zegt ongeveer een kwart van de Nederlandse vrouwen. Nog eens een kwart gelooft in ‘iets’. Iets minder dan de helft van de Nederlandse vrouwen noemt zich niet gelovig.

24% ‘Ik geloof in god’

24% Ik geloof in God

27% Er moet iets zijn als een hogere macht

19% Ik weet niet of er een God of hogere macht bestaat

30% Er bestaat geen God

Meer mensen noemen zich ‘enigszins’ gelovig.

Vanwaar dat voorbehoud?

Janneke Stegeman: “Als er aan mensen wordt gevraagd of ze in God geloven, hebben ze vaak de neiging te zeggen:

‘Ik geloof een beetje.’ Dat komt doordat er nog steeds een statisch beeld heerst van wat geloven is. Veel mensen denken dat gelovigen rechtlijnig zijn, en dat er allerlei voorwaarden aan zitten, dat je elke zondag naar de kerk moet gaan. Dat ‘enigszins’ duidt er waarschijnlijk op dat mensen zich niet thuis voelen in dat statische beeld, maar wél iets met het geloof hebben. Ik verwacht dat dit de komende jaren nog zal toenemen. De jonge generatie is over het algemeen nieuwsgieriger naar het geloof dan bijvoorbeeld de babyboomers. Jongeren van nu hebben vaak geen strikte religieuze tradities meegekregen, maar ze staan wel open voor het geloof. Dat heeft ook te maken met moderne religieuze boegbeelden. De nieuwe paus is heel toegankelijk. Hij neemt stelling in prangende kwesties en fungeert als moreel kompas. De katholieke kerk heeft een menselijk gezicht gekregen, en dat spreekt aan.”

62% ‘Er is leven na de dood, dat weet ik zeker’ – Zes van de tien Nederlandse vrouwen geloven in leven na de dood. Vrouwen onder de vijftig geloven vaker in leven na de dood (68%) dan vijftigplussers (57%).

55% ‘het geloof biedt mij troost’ – Ongeveer de helft van de ondervraagde vrouwen tussen de 25 en 75 die geloven, geeft aan dat het geloof ze troost (55%) en vertrouwen (48%) biedt.

30% ‘Ik ben lid van de kerk’ – Vrouwen van boven de vijftig zijn relatief vaker lid van de rooms-katholieke kerk (55%) dan vrouwen onder de vijftig (31%). Vrouwen onder de vijftig beschouwen zichzelf vaker als gereformeerd (23%) en behorend tot de Islam (7%).

44% Rooms-katholieke kerk

21% Protestantse kerk in NL

7% Nederlands hervormd

13% Gereformeerd

3% Islam

1% Boeddhisme

11% Anders

Vrouwen van boven de vijftig zeggen vaker dat ze in een hogere macht geloven dan vrouwen onder de vijftig. Zijn vrouwen van boven de vijftig religieuzer?

Janneke Stegeman: “De oudere generatie vrouwen spreekt de traditionelere geloofstaal nog steeds, ze zeggen eerder ‘Ik geloof in God’ en hebben daar dan een duidelijk beeld bij. Voor jongere generaties zijn de begrippen ‘geloven’ en ‘God’ flexibeler: zie je God als de Almachtige, als energie of liefde? Is het een god die alle touwtjes in handen heeft of je alleen bijstaat in het maken van je eigen keuzes? Daarnaast is er een heel simpele verklaring, denk ik: vrouwen van boven de vijftig hebben meer ruimte in hun leven om over het geloof na te denken. De eerste vijftig jaar van je leven ben je druk met bijvoorbeeld je carrière en je gezin. De ‘Grote vragen’ komen vaak pas later aan bod. Dergelijke vragen worden vaak sowieso belangrijker naarmate je ouder wordt; dat heeft te maken met het besef van eindigheid.”

Wat zoekt de Nederlandse vrouw in het geloof? Biedt het vooral troost?

“Het leven is niet alleen maar mooi, iedereen loopt littekens op. Maar de maatschappij vraagt je in toenemende mate sterk te zijn. De plekken waar je je harnas kunt laten zakken worden schaarser. Mensen zullen altijd een ventiel nodig hebben om uiting te geven aan hun twijfels en verdriet, en daarin kan het geloof voorzien. De kerk als gemeenschap biedt troost, maar ook het idee dat er een God is die iets heeft te zeggen over de wereld, die iets kan doen aan de onmacht die je ervaart. God is een kracht waartegen je kunt praten zonder te worden veroordeeld. Een andere belangrijke factor om te geloven, die vaak over het hoofd wordt gezien, is verzet. De kracht van deze paus is bijvoorbeeld dat hij zegt dat grote bedrijven te veel macht hebben en dat hij oproept om daar iets tegen te doen. Mensen delen zijn bezorgdheid over de wereld en willen in actie komen, maar weten vaak niet hoe. Het geloof kan daarin een leidraad bieden.”

Religies hebben een slechte reputatie.

Janneke Stegeman: “Als ik aan iemand vertel dat ik theoloog ben, zegt zeker één op de drie mensen als een van de eerste dingen: ‘Zonder religie zou er geen oorlog zijn.’ Dat idee is zeker niet nieuw. Er is altijd een koppeling geweest tussen religie en geweld, maar dat is onterecht. Er is nog nooit louter uit religieus oogpunt een oorlog gevoerd. Maar als er al een conflict is, gaan religieuze verschillen een rol spelen. De geschiedenis wijst uit dat religie voor machthebbers een effectief middel is om draagvlak te creëren om conflicten uit te vechten. Die gaan over schaarste, territorium, economische belangen. Dat terroristische aanslagen door gewelddadige aanhangers van de Islam mensen angst aanjagen, is logisch. Ik maak me wel zorgen dat angst voor de islam wordt opgeklopt en politiek ingezet om andere belangen mee te dienen. Dat daarmee bevolkingsgroepen verdacht worden gemaakt en buitenspel worden gezet is een kwalijke zaak. Daarvoor moeten we in onze samenleving heel erg op onze hoede zijn.”

Een op de vijf vrouwen bidt weleens.

“Bidden is een uitlaatklep voor dingen waarover je geen controle hebt. Bidden is een vorm van intense aandacht hebben voor iets, je zieke buurvrouw bijvoorbeeld. Bidden wordt vaak gezien als een verzoek aan God om iets te doen, terwijl het voor veel mensen veel meer de functie heeft om ruimte en tijd te maken voor iets wat je aan het hart gaat. Je hebt voor bidden niets nodig, je kunt het altijd en overal doen.”

Is mediteren het nieuwe bidden?

“Je kunt zeggen dat mindfulness, waarin mediteren een belangrijke plaats inneemt, voor een deel de religie vervangt en in de toekomst steeds meer zal gaan vervangen. Mindfulness is heel vrijblijvend: je doet tien lessen en dan ben je er ook weer los van. De traditionele vormen van geloof vragen om een blijvende verbinding; je sluit je aan bij een gemeenschap. Vroeger functioneerde dat goed, omdat mensen sowieso meer in gemeenschappen leefden. Alles was veel meer met elkaar verweven en stabieler; je koos ook een beroep voor de rest van je leven. Maar deze tijd vraagt om flexibiliteit. Je kiest iets, en daarna doe je weer iets anders. Dat maakt dat we tegenwoordig meer duidelijkheid willen. Mindfulness voorziet in een heldere belofte: ‘Na tien lessen ervaar je minder stress.’ De kerk heeft geen duidelijk ‘promopraatje’; wat je lidmaatschap oplevert is lang niet zo concreet.”

44% Ervaart Geloof als bedreigend – 44% van de Nederlandse vrouwen beschouwt het geloof (in algemene zin) als een bedreiging voor de veiligheid. Bijna driekwart van de Nederlandse vrouwen tussen de 25 en 75 jaar vindt dat met name de islam nu meer een bedreiging vormt voor de veiligheid dan vijf jaar geleden (72%).

21% ‘ik bid’ – 21% van de vrouwen bidt weleens om uiting te geven aan religieuze gevoelens, 40% van alle gelovige vrouwen bidt. Een op de drie vrouwen die bidden doet dat om bepaalde situaties in haar leven te beïnvloeden.

‘Ik mediteer’

7% van de ondervraagde vrouwen mediteert, van hen mediteert de grootste groep (34%) een keer per week. De meeste vrouwen mediteren om tot rust te komen (71%), om geestelijk in balans te blijven (63%) of om stress los te laten (51%).

71% Om tot rust te komen

63% Om geestelijk in balans te blijven

51% Om stress los te laten

34% Om overzicht te krijgen in mijn leven

22% Om dichter bij mijn ware aard te komen

20% Om de zin van het leven te ontdekken

20% Om mezelf beter te leren kennen

12% Om een spirituele belevenis te krijgen

8% Om een andere reden

91% vrijheid, blijheid – De overgrote meerderheid van de Nederlandse vrouwen tussen de 25 en 75 (91%) vindt het belangrijk dat kinderen zelf hun geloof kunnen kiezen. Ook is een grote meerderheid van de Nederlandse vrouwen tussen de 25 en 75 het ermee eens dat iedereen vrij is om zijn geloof te uiten (88%).

‘Ik ben het afgelopen jaar méér met het geloof bezig geweest’

Op de vraag of er het afgelopen jaar iets is veranderd aan de mate waarin men bezig is met religie en/of spiritualiteit, antwoordt een ruime meerderheid van de Nederlandse vrouwen ontkennend (83%). Wél is de groep vrouwen die in het laatste jaar méér bezig was met het geloof groter (11%) dan de groep die er minder mee bezig was (6%).

Is er dan nog toekomst voor de kerk?

Janneke Stegeman: “Je moet niet uit het oog verliezen dat Europa het enige continent is waar steeds minder mensen geloven, de rest van de wereld wordt steeds religieuzer. Religieuze beleving zal in Nederland hoe dan ook blijven bestaan, maar waarschijnlijk op minder traditionele manieren. Met de yogamat onder de arm naar de bikramstudio kun je óók zien als een uiting van religiositeit.”

En dan de hamvraag: is de Nederlandse vrouw anno nu eerder méér dan minder bezig met het geloof?

“Dat is een lastige vraag. Het onderscheid tussen geloven en niet geloven is niet zo simpel. Want waar staat dat geloven precies voor? Dat begrip wordt steeds diffuser. Uit dit onderzoek blijkt dat een vrouw kan geloven in een hiernamaals, maar toch zegt dat ze niet in God gelooft. ‘Gelovig zijn’ kan bestaan uit vertrouwen en liefde, maar dat kan ook gelden voor iemand die zich als niet-religieus afficheert. Eigenlijk vraagt deze tijd om een herdefinitie van wat we onder geloven verstaan.

We scharen een hindoe of een moslim onder de categorie ‘religie’, maar degene die elke zondag naar het stadion gaat, niet. Maar als je het hebt over spirituele beleving of zingeving, dan lijken de moslim en de voetbalsupporter misschien hartstikke veel op elkaar. Uiteindelijk is het interessanter om te praten over de algemene behoeftes – troost, vertrouwen, zingeving – waarin het geloven voorziet. Dan ben je ver weg van een bepaald godsbeeld, maar ik denk wel degelijk dat dit de toekomst is.”

FIONA (44): ‘Op momenten dat ik er doorheen zit, geven de tien geboden mij steun’

Fiona Dadema (44) is hervormd en getrouwd met Arthur (46). Ze hebben zes kinderen (24,20,19,9, 9 en 6). De drie jongsten zijn gelovig. De oudste drie, onder wie Esther (20), geloven niet meer.

 

Fiona Margriet KleurTalent

Fiona (rechts) met haar dochter Esther.

Fiona: “Esther was een jaar of dertien toen ze vertelde dat ze twijfels had over haar geloof. Ja, toen moest ik wel even slikken. Ik ben ervan overtuigd dat je als gelovige na je overlijden naar God gaat en dat je in het hiernamaals voortleeft zonder pijn en ellende. Voor Esther is dat dus niet weggelegd; evenmin voor Sarah (24) en Ruben (19), die ook niet meer geloven. Dat doet me verdriet.”

Esther: “Op de christelijke basisschool las ik elke ochtend uit de Bijbel. Thuis deden we dat ook en ik bad ’s avonds voor het slapen. Maar toen ik ouder werd, deed ik dat minder op vaste momenten en ging ik me afvragen: waarom bid ik eigenlijk? Ik realiseerde me dat ik dat vooral deed als ik niet lekker in mijn vel zat, met de hoop op bescherming. Bijvoorbeeld als ik ruzie met iemand had. Soms kwam het goed, soms niet. Maar kwam dat doordat ik het aan God had gevraagd? Daar kreeg ik steeds meer twijfels bij.”

Fiona: “Ik voel me juist enorm gesteund door mijn geloof. Mijn man heeft adhd en een dwangstoornis, bovendien is bij hem onlangs autisme vastgesteld. Dat heeft zijn weerslag op onze relatie. Op momenten dat ik er doorheen zit, geven de tien geboden mij steun.

Bijvoorbeeld dat ik geen kwaad mag spreken en mijn naasten moet liefhebben als mijzelf. Dat besef geeft me kracht: mijn man heeft mij nodig, ik moet sterk zijn.”

Esther: “Het is voor mijn moeder best zwaar. Ze doet haar best om er voor mijn vader te zijn en ik vind het mooi dat ze kracht kan halen uit haar geloof. Voor mij vormen mijn vriend en familie een steun als het tegenzit. Daar heb ik geen religie voor nodig. Mijn vader is ook niet-gelovig, maar we bidden aan tafel wel mee. Uit respect voor mijn moeder en jongere broer en zusjes, die wel geloven.”

Fiona: “Mijn jongste zei laatst: ‘Ik heb twee vaders: papa en de Here God.’ Hij gaat volledig op in zijn geloof en heeft het gevoel dat hij wordt beschermd. Dat is zo waardevol. Ik vind het jammer dat mijn drie oudsten het niet zo ervaren. Gedeeltelijk wijt ik dat aan mezelf. Als moeder zie ik het als mijn plicht om met hen over het geloof te praten. Daarin heb ik gefaald toen ze jong waren. Ik nam ze mee naar de kerk en we lazen thuis in de Bijbel, maar ik stelde hen weinig persoonlijke vragen: hoe kijk je naar het geloof, hoe leeft het bij jou? Bij mijn drie jongsten zal ik daar straks voor waken. Aan de andere kant weet ik ook dat je geloof niet kunt afdwingen. Dat maakt het dubbel. Ook al word je kerkelijk opgevoed, dan nog moet er een moment komen waarop het geloof voor je gaat leven. Ik blijf de hoop houden dat mijn oudsten dat nog gaan meemaken.”

 

FADMA (51): ‘Het doet me pijn dat mijn religie gebruikt wordt voor wandaden, zoals terreur’

Fadma Bouchataoui (51) is single. Ze kwam op haar zestiende naar Nederland en trouwde met een Marokkaanse man. Ze kregen drie kinderen (33,30 en 22). Helaas hield het huwelijk geen stand en scheidden ze toen Fadma 34 was. In die periode had ze veel steun aan haar geloof.

Fatma KleurTalentFadma: “Als jonge, getrouwde vrouw startte ik rond mijn twintigste met een studie Maatschappelijk werk. Ik woonde een paar jaar in Nederland en wilde graag deel uitmaken van de samenleving. Mijn schoonfamilie was het daar niet mee eens. Zij hielden vast aan de traditionele gedachte dat je als Islamitische vrouw ondergeschikt bent aan je man en voor de kinderen moet zorgen. Mijn man begreep mijn standpunt, maar de mening van zijn familie telde ook zwaar. Dat leidde tot spanningen. Bovendien werd de kloof tussen ons steeds groter; ik ontwikkelde mijzelf steeds meer, hij bleef stilstaan. Uiteindelijk heb ik gekozen voor een scheiding. Een heel moeilijke beslissing, maar ik voelde me gesterkt door mijn geloof. In de Koran las ik dat een echtscheiding is geoorloofd als dat je helpt om beter in het leven te staan. Het heeft geen zin om in een huwelijk te blijven zitten als je daarmee jezelf en anderen pijn doet. Die gedachte gaf me troost. Ik voelde me vanuit mijn religie gesterkt om de verantwoordelijkheid te nemen voor mijn eigen leven. Nog steeds haal ik elke dag kracht en inspiratie uit mijn geloof. Voor wie ik wil zijn en wat ik wil bijdragen in het leven van anderen. Ik bid meestal vijf keer per dag. Vroeger was dat een gewoonte, iets wat ik vaak snel tussendoor deed. Sinds ik een paar jaar geleden ben gestart met mindfulness, begrijp ik wat mijn religie met het gebed bedoelt. Net als bij mindfulness is het een moment van bezinning. Ik kom tot rust en vraag me af wie ik ben en waar ik in het leven sta. Of ik weleens twijfel aan mijn geloof? Nooit. Ook niet nu er zo veel ellende in de wereld is. Het doet me pijn dat mijn religie wordt gebruikt voor wandaden, zoals terreur. Ik kan dat niet rijmen. Volgens het Islamitisch gedachtegoed hoort een mens vanuit compassie te leven, zonder geweld. Dat is een les die ik ook aan wijkbewoners van Rotterdam meegeef in de communicatietrainingen die ik geef. In de Koran staat niet voor niets: ‘Als je één mens helpt, is het alsof je de hele mensheid hebt gered.’ Een heel mooie, krachtige boodschap.”

 

JANKE (45): ‘Met het idee van aanbidding heb ik niks’

Janke de Groot (45) en Tim Schilling (51) zijn 23 jaar getrouwd. Tim is katholiek en werkt in een klooster, Janke is onderzoeker in de gezondheidszorg en niet-gelovig. Ze hebben twee kinderen (13 en 17).

 

Tim Janka KleurTalentTim: “Janke en ik ontmoetten elkaar in Leuven. Ik studeerde daar Theologie, zij Politieke en Sociale wetenschappen. We kenden elkaar net toen ik besloot dat het priesterschap toch niet aan mij besteed was. Ik stopte met mijn studie en ging terug naar mijn geboorteland Amerika. Janke en ik hielden contact; we schreven brieven en ze kwam mij opzoeken.”

Janke: “Dat Tim gelovig was, vond ik interessant. Ik ben zelf nietgelovig opgevoed, maar wel nieuwsgierig naar andere culturen en religies. We konden goed praten over het leven, onze gesprekken waren niet oppervlakkig. Na een latrelatie van twee jaar kwam Tim terug naar Leuven voor een master. Onze relatie werd serieus. Mijn ouders, beide niet-gelovig, waren sceptisch. ‘Of het werkt niet, of je bent over vijftien jaar katholiek,’ zei mijn moeder. Op beide punten kreeg ze ongelijk.”

Tim: “Mijn geloof heeft nooit tussen ons in gestaan. We denken vanuit dezelfde normen en waarden. Ze zijn ons alleen anders ingegeven: bij mij vanuit mijn religie, bij Janke meer vanuit sociale betrokkenheid.”

Janke: “Ik ervaar Tims geloof niet als iets negatiefs. Hij bidt dagelijks en gaat een aantal keer per week naar de kerk. Ik ga nooit mee, want met het idee van aanbidding heb ik niets. Ik vind de Bijbelse verhalen en de symboliek die daarbij hoort mooi. Maar ik geloof niet dat het echt is gebeurd en dat God bestaat. Voor Tim is zijn relatie met God heel belangrijk. In het begin had ik dat niet goed door. Pas toen hij een baan kreeg in een katholiek centrum en teksten ging schrijven over ‘de Heer’ en ‘God zegent ons’, besefte ik hoe diep het geloof bij hem zit. Dat vond ik best confronterend. Uiteindelijk heb ik dat stukje erkend door er samen veel over te praten. We hebben onze diversiteit omarmd. Bovendien zijn er veel meer dingen die ons wél binden, zoals de zoektocht naar zinvol leven, onze kinderen en de liefde voor lezen en wandelen.”

Tim: “Ergens heb ik wel de hoop gehad dat Janke ook gelovig zou worden. De betrokkenheid die ik met God voel, zou ik graag delen. Maar ik wil haar niets opdringen. Ik ben pas rond mijn twintigste bekeerd, daarvoor was ik atheïst. Ik kan me daarom goed voorstellen dat Janke anders naar het geloof kijkt. Ze is wel heel open-minded over mijn geloof en daar ben ik haar dankbaar voor. Zo zijn we voor de kerk getrouwd en zijn onze kinderen gedoopt; dat was belangrijk voor mij. Nu gaan de kinderen niet meer mee naar de kerk – die keuze laten we aan hen, maar de basis hebben ze wel meegekregen.” Janke: “Als je als kind iets kunt meekrijgen van christelijke waarden, zoals solidariteit, is dat alleen maar goed. Bovendien leer ik van Tim. Hij slaat weleens een kerkbezoek over, als het echt niet uitkomt. Dan ben je toch geen echte katholiek? dacht ik vroeger. In de loop der jaren heb ik geleerd dat het geloof niet zo dogmatisch is. Persoonlijke vrijheid en verantwoordelijkheid spelen een belangrijke rol. Dé katholiek bestaat niet, net zo min als dé niet-gelovige of dé moslim.”

 

LARINDA (57): ‘Ik geloof dat God mijn man uiteindelijk heeft genezen’

Larinda Bok (57) haalt veel kracht uit haar geloof. Ze werd als kind streng gereformeerd opgevoed, maar toen ze met Dirk (59) trouwde, besloot ze van kerk te veranderen. Larinda en Dirk hebben drie kinderen (35,33 en 30).

Larinda Margriet KleurTalentLarinda: “De overtuiging dat God mijn leven leidt, is mijn houvast. Bijvoorbeeld toen ik eind 2015 op het randje van een burn-out belandde, nadat ik door een conflict met mijn werkgever na jaren afscheid moest nemen van mijn baan in de zorg. God was mijn drijfveer om de schouders eronder te zetten. Dankzij hem ben ik uit het dal geklommen en uiteindelijk voor mezelf begonnen als imagostylist. Dat was al jaren mijn droom. Ik vroeg aan God: ‘Ik heb een ideaal, is dit wat u met mijn leven wil?’ Op verschillende manieren bevestigde hij dat. Ik las bijvoorbeeld in een mail van een christelijk ondernemersnetwerk dat God mijn leven in zijn hand heeft en dat hij daarmee het resultaat van mijn inspanningen leidt. Ook toen mijn man Dirk jaren geleden ernstig ziek werd, gaf mijn geloof mij kracht. Ik bad veel en vroeg om de zegen van God. Ik geloof dat hij mijn man uiteindelijk heeft genezen. Dirk en ik hebben elkaar ontmoet op mijn zeventiende, tijdens een vakantie. Hij was hervormd. De drempel om hem aan mijn ouders voor te stellen was hoog. Voor hen was de streng gereformeerde kerk de enige kerk; wat daar verkondigd werd, was de waarheid. ‘Ons huis staat altijd voor Dirk open,’ zeiden mijn ouders, ‘maar als jullie je verloven, moet hij lid worden van onze kerk.’ Dirk is minder zwaar gelovig opgevoed. Hij vond het gelukkig geen probleem om lid te worden van mijn kerk, toen we op mijn 21ste trouwden. Vier jaar later kozen we er echter samen voor om ons aan te sluiten bij de hervormde kerk. Ik was daar regelmatig met Dirk geweest en er was een wereld voor me opengegaan. Het ging er een stuk gemoedelijker aan toe. Ik hoefde geen rok aan of een hoed op, ik mocht zijn wie ik was. God was er voor iedereen, zonder voorwaarden. Mijn ouders stonden niet achter mijn keuze. Ze zijn daarin ook nooit ruimdenkender geworden, dat vind ik jammer. Mijn drie zussen bleven ook heel lang streng gereformeerd. Daardoor voelde ik me altijd een buitenbeentje in onze familie. Twee van hen hebben zich een paar jaar geleden ook aangesloten bij de hervormde kerk. Waar we voorheen bijna nooit over het geloof praatten, doen we dat nu wel. Bijvoorbeeld hoe God ons in moeilijke tijden bemoedigt. Ze zijn wat ruimdenkender geworden en dat heeft ons dichter bij elkaar gebracht.”

 

Bron: Margriet 15 | 2017, Tekst: Sander Hiskemuller, interviews: Tessan Heselhaus, Fotografie: Ester Gebuis.

Het onderzoek is uitgevoerd door onderzoeksbureau Motivaction onder ruim 500 respondenten, die een representatieve afspiegeling vormen van de Nederlandse populatie vrouwen in de leeftijd 25-75 jaar.

Wie is mijn coach Larinda Bok KleurTalent

“Larinda Bok | Bekend van: “Wie is uw coach?”

Een oproep in de krant: “Wie is uw coach?” Ik schreef een artikel én het werd voor publicatie geselecteerd. Lees meer onder: ‘van huisarts tot echtgenoot’.

Wie is uw coach?

RD 7-4-2017

Met een oproep in deze krant vroegen we lezers: Wie is uw coach? Op wie kon u tijdens belangrijke momenten in uw leven terugvallen? Wie gaf u het zetje in de goede richting, of adviseerde u om toch een andere keuze te maken? De redactie ontving diverse reacties. ‘Gewone’ verhalen van RD-lezers die iemand buitengewoon erkentelijk zijn.

 

Mijn ouders

Voor mij zijn twee mensen een belangrijke coach voor me geweest. En dat zijn ze nog altijd. Twee bijzondere mensen, namelijk mijn vader en moeder. Ze staan dag en nacht voor mij klaar. En niet alleen voor mij, maar ook voor mijn man en ons hele gezin. Van jongs af aan zijn ze altijd eerlijk met mij omgegaan. Alleen zag ik dat toen nog niet. Later, na een verkeerde beslissing in mijn leven tegen het advies van mijn ouders in, ben ik gaan zien hoe waardevol hun adviezen zijn.

Ze durven mij te zeggen wat ik verkeerd doe. Ze durven mij in de goede richting te duwen, ook als dat tegen mijn eigen plan is. Voor elk vraagstuk van het leven en in moeilijke momenten kunnen we bij hen terecht. Ze hebben veel levenservaring en ik kan veel van hen leren. Eigenlijk zijn zij de meest waardevolle coachen die een mens kan hebben.

Janneke Bakker

Arnemuiden

 

De predikant

Als er iemand is van wie ik veel geleerd heb, dan is het ds. Hakkenberg. Vanwege zijn oprechtheid, godsvrucht en ootmoed. Ik leerde hem kennen toen hij in 1973 predikant van de gereformeerde gemeente te Lisse werd. Dat is de gemeente waar ik gedoopt en opgegroeid ben en de Heere heb leren kennen. Ds. Hakkenberg was een man die grote liefde had tot het wereldwijde werk in Gods Koninkrijk. Vele jaren was hij lid van het deputaatschap ZGG, waar hij later voorzitter van werd.

Als zendingswerker voor de ZGG in Nigeria en later als algemeen secretaris van ZGG heb ik nauw met hem samengewerkt. Ik merkte dat hij in de dagelijkse omgang of bij bezoeken aan de zendingsvelden niet anders was dan op de preekstoel. Altijd geïnteresseerd in en bewogen met het wel en wee van mensen, en vooral met hun geestelijke welzijn.

Ik heb van hem geleerd om door bijzaken en uiterlijkheden heen te kijken en te zoeken naar de kern van het christen-zijn. Als hij daar iets van proefde op Papoea of Nigeria, was hij verwonderd en blij en straalde dat ook uit. Toen wij anderhalf jaar op een visum voor het zendingswerk in Nigeria moesten wachten, was hij degene die mij steeds weer opwekte mijn hoop op God te stellen. „Houd moed”, was een uitdrukking die hij dikwijls gebruikte.

Hij leed onder de verdeeldheid en verstond de heilige kunst om de waarheid in liefde te betrachten. Hij heeft de ZGG ertoe aangezet om ook met zendingswerk in China te beginnen, omdat hij de grote geestelijke nood in dat land voelde.

Onvergetelijk voor mij was de door hem gehouden preek in het binnenland van Langda over het leven van Mozes. Mozes de man, Mozes de man af en Mozes de man Gods. Hij noemde zich mijn vaderlijke vriend, en dat was hij ook. Maar nog meer dan dat was hij een identificatiefiguur en een man Gods. Ik heb zijn gezicht meer dan eens zien stralen als hij over de Heere Jezus sprak.

Gert Nieuwenhuis

Bodegraven

 

Van huisarts tot echtgenoot

In 2015 raakte ik door een vertrouwensbreuk op mijn werk in een diep dal. Ik was ontzettend bang, kon niet meer slapen, eten en geconcentreerd denken, wat resulteerde in een beginnende burn-out. Ik dacht het zonder hulp te kunnen redden, maar verschillende mensen in mijn omgeving raadden mij aan op zoek te gaan naar een hulpverlener.

Ik bezocht de huisarts en de praktijkondersteuner. Een professionele coach heb ik deze periode niet gehad. Ik had de beste coach die ik ooit heb gehad, dat was de Heere God. Door te bidden, dagelijks Zijn Woord te lezen en overdenken, door Bijbeloverdenkingen te luisteren en geestelijke artikelen te lezen, kwam ik tot rust en hoorde ik Gods stem. Hij wees mij concreet de weg naar de toekomst. Stap voor stap bemoedigde Hij mij door Bijbelteksten, door gesprekken of soms een woord van mensen uit mijn omgeving.

Iedereen heeft een helpende hand en luisterend oor nodig. God brengt op het juiste moment de juiste mensen op ons pad. Het is aan ons om ons hart en leven ervoor open te stellen. Mijn echtgenoot was een altijd luisterend oor, de praktijkondersteuner van de huisarts gaf mij inzicht in denkwijzen van anderen, een van mijn zussen bemoedigde mij in mijn onderzoek hoe ik mijn talenten kon inzetten. Een vriendin kon ik altijd bellen voor objectieve raad als ik vastzat in mijn gedachten.

Dat alles zorgde ervoor dat ik andere keuzes maakte dan voorheen. Ik werd gevraagd als voorzitter van de vrouwenvereniging en ik maakte op 56-jarige leeftijd een carrièreswitch met God aan mijn zijde. Van locatiemanager in een verzorgingshuis werd ik kleur- en kledingconsulent. Met mijn eigen bedrijf adviseer ik mensen welke kleuren en kleding het beste past bij hun innerlijk en bij wat zij willen uitstralen.

In een Bijbelstudie las ik: Bid, werk en vertrouw op God, Hij zorgt, Hij zegent, Hij bestuurt. Terwijl je bezig bent met de noodzakelijke voorbereidingen en je advies vraagt over hoe je verder moet, is het ook wijs om te bidden en om leiding te vragen voor iedere stap die je zet in het project: Wentel uw werken op den Heere, en uw gedachten zullen bevestigd worden.

Larinda Bok

Bleiswijk

 

De hulpverlener

Vanwege de zorgen over een van onze kinderen kwam een begeleider van Eleos bij ons thuis. Hij constateerde dat er zorgen waren bij de opvoeding van onze kinderen en wist snel de dieper liggende oorzaken te analyseren. De onvoldoende ontwikkeling van mijn persoonlijkheid en een laag zelfbeeld liggen hieraan ten grondslag en hebben tot gevolg dat ik vaardigheden mis die onmisbaar zijn bij de opvoeding. Op mijn eigen wijze heb ik geprobeerd dit te compenseren door mij bovenmate in te zetten voor anderen, vanuit een behoefte aan positieve waardering. Het gevoel daarin te falen, ervoer ik als een zware last.

Ik geloof dat God deze begeleider op mijn pad bracht. Zijn sympathieke persoonlijkheid zorgde voor een vertrouwensband. Er ontstonden gesprekken, waarin ik mij kwetsbaar durfde op te stellen. Door zijn evenwichtige benadering overtuigde hij mij van de noodzaak om te veranderen. Juist op moeilijke momenten ervaar ik zijn betrokkenheid en steun als bemoedigend. Het geeft mij perspectief en stimuleert me om door te gaan. Op zijn advies volg ik een behandeling bij een psycholoog, waar ik veel baat bij mag hebben.

Een absolute meerwaarde vind ik dat de hulpverlener werkt vanuit het christelijk geloof. In elk gesprek verwijst hij naar de hulp en steun die van de Heere mag worden verwacht. Veel mensen ervaren een enorme drempel om professionele hulp in te schakelen. Ik begrijp dit, maar mag toch zeggen dat het mij enorm helpt en verrijkt.

Moeder van een opgroeiend gezin.

 

Mijn vriendin en collega

Al tijdens mijn middelbare schooltijd miste ik discipline. Ook tijdens mijn studie las ik de leerstof niet op tijd of begon ik te laat met leren. Hoewel ik goede resultaten haalde, was ik ontevreden: ik had er veel meer uit kunnen halen. Daarbij wilde ik naast mijn studie en politieke nevenactiviteiten veel lezen en hobbyen. Ik spiegelde me aan een ideaalbeeld van de gediscplineerde, gebildete, multitaskende student. Toen ik er ook nog bij ging lesgeven, werd de druk me te veel. Thuis was ik niet te genieten en mijn vriendin leed onder de stress.

Sinds enkele maanden klim ik uit dit diepe dal omhoog. Dankzij drie mensen. Mijn vriendin, die mij niet waardeert om prestaties, maar om mij als mens. Een collega, die mij steeds met een enkele opmerking de werkelijkheid anders doet zien. En een professionele coach, van wie ik heb geleerd om uitstelgedrag te onderkennen, piekergedrag (zelfverwijt) te stoppen, realistische eisen te stellen en hulpmiddelen te gebruiken, zoals Getting Things Done® van David Allen.

Nog steeds moet ik me dwingen om mijn perfec-tionisme te temperen en realistisch naar mezelf te kijken. Maar het coachingtraject heeft mij inzicht gegeven in mijn persoon en gedrag, en dat is genoeg om weer vooruit te durven kijken.

Student geschiedenis en parttimedocent op een middelbare school.

 

Had ik maar een coach

Ik las de oproep ”Wie is uw coach?” en werd emotioneel getroffen. Ik heb in mijn kinderjaren nooit een coach gehad. Mijn vader was altijd aan het werk. Ik kan me maar twee momenten uit mijn jeugd voor de geest halen waarin we iets samen deden. Mijn moeder herinner ik me als klagende vrouw die het moeilijk had omdat het leven haar vaak tegenviel. Daarom heb ik nooit een arm om me heen gekregen of begrip voor mijn worstelingen.

Wel was er altijd aandacht voor oplossingen. Had ik me bezeerd? Dan een pleister erop, een snoepje en doorlopen. Ging het moeilijk op school? Dan bijles nemen en doorgaan.

Dit is geen verwijt aan mijn ouders. Ze hebben hun best gedaan en hun gedrag is achteraf te verklaren. Maar ik heb gemerkt hoe moeilijk ik het vind om een coach te aanvaarden. Ik ben 27 jaar getrouwd met een zeer lieve vrouw die alles voor me overheeft. Zelfs van haar vind ik het moeilijk om raad te aanvaarden. Ik ben inmiddels 25 jaar ondernemer van een succesvol bedrijf zonder ooit een coach te hebben geraadpleegd of naar adviezen van mensen om me heen te hebben geluisterd. Daar ben ik niet trots op. Ons bedrijf is succesvol omdat de Heere het heeft willen zegenen. Daarnaast heb ik altijd hard gewerkt en ben ik goed in het benutten van kansen.

Dat heeft een keerzijde. Met mijn 49 jaar heb ik al flink last van mijn lichaam en lukt het me niet te functioneren zonder medicijnen. Als ik me had laten sturen was dit wellicht anders gelopen.

Coaching en begeleiding in persoonlijke groei begint in de kinderjaren. Het is heel belangrijk dat ouders hier tijd voor maken en hun kinderen aan de hand meenemen door het leven.

Ondernemer.

Bron: Reformatorisch Dagblad, 7 april 2017

Wil jij ook bewust andere keuzes maken?

Wil jij net als ik bewust andere keuzes dan voorheen maken? Wil je hierover met mij doorpraten en zelf stappen zetten om keuzes te gáán maken? KleurTalent helpt jou en geeft je inzicht in jezelf en leert je dit zichtbaar te maken. Een compleet innerlijk en uiterlijk imagoadvies! 

“Ken jezelf, wees jezelf, er zijn al anderen genoeg”

Larinda Bok

Tel: 06 14 35 45 80

larinda@kleurtalent.nl